Reeds meer dan een jaar zijn de zusters Clarissen uit Aalst vertrokken. Ze worden nog vernoemd. Veel mensen gingen hen bezoeken.
En nu juist is het 800 jaar geleden: 800 jaar Zusters Clarissen. Even kennismaken.
Clara de Offreduccio was een jonge vrouw van een adellijke familie in Assisi. Na een aantal gesprekken met Franciscus besloot ze om zijn levenswijze te volgen. Dat wil zeggen: een leven in armoede, zonder persoonlijk noch gemeenschappelijk bezit (ze verkocht haar eigendommen en gaf de opbrengst weg); werken voor het levensonderhoud; een gemeenschap die gekenmerkt werd door gezamenlijk overleg en een familiale sfeer; grote nadruk op het gebed. Dat waren ook de kenmerken van de broederschap die rond Franciscus was ontstaan.
Maar als vrouw in de toenmalige maatschappij moesten zij en haar medezusters (die er snel kwamen) wel een meer besloten leven leiden. Na wat zoeken vonden zij in San Damiano een onderkomen, een kloostertje even buiten Assisi. Franciscus beloofde hen altijd te zullen steunen, wat hij ook tot aan zijn dood toe gedaan heeft. Hij bezocht hen regelmatig, schreef brieven, maakte een paar liederen voor de zusters.
Clara en haar medezusters heetten in het begin "de arme vrouwen". Al snel werden zij bekend. Veel mensen kwamen bij hen raad en steun zoeken. Men bracht zieken naar Clara, dikwijls kinderen, opdat zij ze zou zegenen. Vele werden zo genezen. De levenswijze van Clara en haar zusters week sterk af van het kloosterleven zoals dat tot dan toe had bestaan. Zij hechtte niet zoveel belang aan de clausuur (het slot), ze hield niet van al te strenge vastenvoorschriften (hoewel ze voor zichzelf zeer streng was), van boete-praktijken. Zij legde veel meer de nadruk op gebed en contemplatie en op de zorg voor elkaar. Zo lang ze leefde heeft ze moeten vechten voor haar opvatting. De pauselijke curie probeerde telkens opnieuw haar gemeenschap te hervormen naar het klassieke abdij bestaan. Vooral het feit dat zij in armoede wilden leven, stootte op veel onbegrip. Hoewel toen veel mensen aanvoelden dat er een tegenstelling was tussen het streven naar (of bezitten van) rijkdom en macht en het beleven van het evangelie. Een gezegde dat toen de ronde deed en dat die kritische noot goed verwoordt, luidde: arme monniken, rijke abdij. Daarom schreef Clara - de eerste vrouw die dat ooit deed - haar eigen regel. Die leunt niet alleen sterk aan bij die van Franciscus maar neemt er hele stukken van over. Slechts een paar dagen voor haar dood (in 1253) heeft de paus die regel goedgekeurd.
Dit alles is begonnen in de nacht na Palmzondag 1212. Clara ontvluchtte toen haar ouderlijk huis, kwam (het was duidelijk afgesproken) naar Franciscus en zijn broeders, die buiten de stad verbleven in de buurt van Portiuncola. Daar werd haar het haar afgeknipt, ten teken dat ze nu een religieuze was en ze gaven haar een habijt. Het jaar 2012 is dus de 800e verjaardag van dat gebeuren. Vele gemeenschappen van vrouwen hebben zich nadien aangesloten bij de zusters van San Damiano. Haar volgelingen zijn er nog altijd: de zusters clarissen. Op haar sterfbed (na jarenlange ziekte) zou Clara gezegd hebben: Wat is het leven mooi!
Haar gebed:
Heer onze God, leer ons het wonder zien van het leven in de bloemen, in de aarde, in de zon en in elkaar en in de broosheid van eigen hart. Dat wij genieten van er te mogen zijn, en voluit durven kiezen voor het leven dat ons draagt. Leer ons daarom, zoals Clara van Assisi te vertrouwen op U die onze Vader zijt. Leid ons door uwe H. Geest op de weg die Jezus Christus ons is voorgegaan.