Hemelvaart2Van Pasen naar Hemelvaart

Net als op de andere dagen van de Paastijd, wordt op Hemelvaartsdag voorgelezen uit de Handelingen van de apostelen waarin een beeld wordt geschetst van de eerste jaren van de Kerk. En dat start niet toevallig met een ervaringsverslag van Hemelvaartsdag (Handelingen 1, 4-11). In zijn preek vestigde Pater Paul de aandacht op de twee mannen in witte gewaden die de apostelen na Jezus’ hemelvaart toespreken. Zij komen wel vaker op de proppen bij belangrijke gebeurtenissen. Deze keer brengen zij de apostelen tot de orde van de zaak:

Blijf niet naar de hemel staren, jullie hebben een opdracht gekregen, het is nu aan jullie om te vertellen over de Vader, en om Zijn liefde zichtbaar te maken door wat jullie voorleven, net zoals Jezus heeft gedaan!

En de leerlingen trekken zich, samen met Maria, een paar dagen terug in bezinning en gebed. De 40 dagen van Pasen tot Hemelvaart was een leerperiode (Hemelvaart in 3 krachtlijnen).

Van Hemelvaart naar Pinksteren

In het Evangelie zelf (Mattheüs 28, 16-20) stelt Jezus hen gerust: zij zijn niet alleen, Hij blijft bij hen, net zoals Hij eerder liet verstaan op weg naar Emmaüs (catechese van Paus Franciscus 24 mei 2017). En ook de zondagslezing die volgt op Hemelvaartsdag (Johannes 17, 1-11) tracht gerust te stellen door te herinneren aan het gebed van Jezus tijdens het Laatste Avondmaal. De volgelingen van Jezus ervoeren toen dat hun leermeester helemaal vol werd van Gods heerlijkheid, dat Hij diezelfde uitstraling kreeg, liefdevol zoals God, een heerlijk mens.

Als je een hechte band hebt met God, dan neem je iets van die innerlijke kracht over, en dat is te merken aan alles wat je zegt en doet.

In het gebed horen we dat Jezus’ wens was dat zij net zo’n diepe verbondenheid met Hem mogen hebben, dat zij aangestoken worden door datzelfde vuur en dat ze diezelfde uitstraling zullen hebben (naar Leo Koerhuis).

Wie verder leest zal zien dat Jezus’ gebed nog verder gaat: Hij bidt ook voor ons. Het doet zo’n deugd en geeft extra vertrouwen te weten dat iemand voor u bidt, dat die persoon ook jouw uitdagingen of zorgen, verdriet of pijn, voorlegt bij de Vader!